In Utrecht woont de 93-jarige Gerhard Bakker, een dammer – of beter gezegd: schrijver over dammen – die op het Groninger Hogeland is geboren. Hij heeft een nieuw boek geschreven met de veelbelovende titel Geschiedenis van het damspel, dat hij als zijn magnus opus beschouwt. Rond de eeuwwisseling gaf hij al een zestal boeken uit die hij de Atlas van het dammen noemde, gevolgd door Damspel Kleingoed in 2009. Deze serie vormt een haast op zichzelf staand genre in de damboekenwereld: op minutieuze wijze brengt Bakker de winstprincipes in het eindspel in kaart. Daarbij put hij zowel uit het partijspel als uit de problematiek.
Geschiedenis van het damspel past weer in een heel ander straatje, zoals de titel doet vermoeden: onderzoek naar de oorsprong van het damspel. Een handvol bordspelhistorici publiceren over dit thema (denk ook aan Arie van der Stoep en Govert Westerveld) en zij verwijzen dan ook veelvuldig naar elkaars werk. Dat betekent echter niet dat ze het ook altijd met elkaar eens zijn: vooral de vraag of schaken van dammen afstamt of andersom is een hot topic (volgens Bakker was het schaken toch echt eerder). Dit meningsverschil geeft wat pit aan de tekst en maakt de lezer ook nieuwsgierig naar andere werken over damgeschiedenis. Voor Bakker staat vast dat het eerste teken van het damspel kort na 1500 kan worden gedateerd: een tekening van de beginstand van het damspel op een schaakbord. Het oudste teruggevonden grote dambord (10x10) dateert van 1696.
Komt de partijspeler in het boek ook aan zijn trekken? Van een rechtgeaard dammer mag überhaupt wel verwacht worden iets van de ontstaansgeschiedenis van het spel te weten (ik zou ChatGPT op dit vlak niet erg vertrouwen), maar er zijn ook een aantal standen in het boek te vinden. Een aardig detail is dat Bakker zijn diagrammen in geheel eigen stijl afdrukt: in plaats van lichte en donkere vakjes gebruikt hij stippen voor de velden en dammen worden weergegeven door smileys, wat op het eerste gezicht wat absurd is maar ook wel weer leuk.